ECLI:NL:RBDHA:2023:971
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L. Willems - Keekstra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel van bewaring en afwijzing schadevergoeding
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van eiser tegen het voortduren van de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogde dat er geen zicht is op uitzetting naar Marokko en dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt, mede vanwege het ontbreken van een reactie op de aangevraagde laissez-passer.
De rechtbank overwoog dat de maatregel van bewaring reeds eerder rechtmatig was bevonden tot het sluiten van het vorige onderzoek. De beoordeling richtte zich daarom op de periode daarna. Uit de voortgangsrapportage bleek dat verweerder meerdere keren gerappelleerd heeft op de laissez-passer-aanvraag en vertrekgesprekken met eiser heeft gevoerd. Tevens is vastgesteld dat eiser niet volledig meewerkt aan zijn terugkeer.
De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. De maatregel van bewaring is derhalve niet onrechtmatig. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.