ECLI:NL:RBDHA:2023:9728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juli 2023
Publicatiedatum
5 juli 2023
Zaaknummer
NL23.3670
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens toegeving machtiging voorlopig verblijf

Verzoekster heeft op 6 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinsleden in het kader van nareis.

Bij besluit van 24 april 2023 heeft verweerder de aanvraag toegewezen, waarna verzoekster het beroep introk en een vergoeding van proceskosten vorderde. Verweerder stemde in met een vergoeding van € 418,50.

De rechtbank oordeelt dat verweerder aan het beroep is tegemoetgekomen en veroordeelt verweerder tot betaling van de proceskostenvergoeding van € 418,50, conform artikel 8:54 Awb Pro en het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak is gedaan zonder zitting.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot betaling van € 418,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3670

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
van Syrische nationaliteit,
V-nummer: [nummer] ,
Mede namens haar minderjarige kinderen:

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [nummer]

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [nummer]

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [nummer]

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [nummer]

[naam] ,

geboren op [geboortedatum]
van Syrische nationaliteit
V-nummer: [nummer]
Verzoekers,
(gemachtigde: mr. M.R.F. Berte),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verzoekster heeft op 6 februari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor verblijf als familie- of gezinsleden bij [naam] (referent) in het kader van nareis.
Bij besluit van 24 april 2023 heeft verweerder de aanvraag van verzoekster toegewezen.
Verzoekster heeft vervolgens het beroep ingetrokken en verzocht om een vergoeding van proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop gereageerd. Verweerder is bereid de proceskosten voor het indienen van het beroep niet tijdig beslissen in onderhavige procedure te vergoeden tot een bedrag van € 418,50.
De rechtbank doet met toepassing van artikel 8:54, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
2. Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dat is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster.
4. De rechtbank stelt vast dat verweerder in het bericht van 14 juni 2023 heeft toegezegd de proceskostenvergoeding aan verzoekster te zullen betalen. De rechtbank zal daarom verweerder veroordelen in de proceskosten tot een bedrag van € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift ter waarde van € 837,- en wegingsfactor 0,5).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van € 418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, rechter, in aanwezigheid van F.Q. Peters, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.