ECLI:NL:RBDHA:2023:9737
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor zijn echtgenote. De rechtbank stelt vast dat verweerder de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank wijst het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toe op grond van het inkomen van eiser. Vervolgens overweegt de rechtbank dat het niet tijdig nemen van een besluit gelijkstaat aan een besluit en dat bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval dat een langere beslistermijn rechtvaardigt.
De rechtbank legt daarom een termijn van twintig weken op waarbinnen verweerder alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van €100 opgelegd, met een maximum van €7.500. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442 en de proceskosten van €418,50.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijn alsnog te beslissen. Deze uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert en openbaar gemaakt op 29 juni 2023.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken alsnog een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.