ECLI:NL:RBDHA:2023:9742
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn van zes maanden, verlengd door de staatssecretaris, is verstreken zonder dat een besluit is genomen. Eiser heeft rechtsgeldig ingebrekestelling gedaan en het beroep tijdig ingediend, waardoor het beroep kennelijk gegrond is.
De rechtbank overweegt dat bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval, wat een langere beslistermijn rechtvaardigt. Daarom legt de rechtbank een termijn van twintig weken na verzending van de uitspraak op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen. Voor elke dag overschrijding wordt een dwangsom van € 100 opgelegd, met een maximum van € 7.500.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de staatssecretaris tot betaling van de reeds verbeurde bestuurlijke dwangsommen van € 1.442, de proceskosten van € 418,50 en het door eiser betaalde griffierecht van € 184. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een termijn van twintig weken op waarbinnen de staatssecretaris alsnog een besluit moet nemen, met een dwangsom van € 100 per dag bij overschrijding.