ECLI:NL:RBDHA:2023:9787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenvergoeding wegens te late besluitvorming door Staatssecretaris
Verzoeker heeft beroep ingesteld omdat de Staatssecretaris niet tijdig een besluit nam op zijn aanvraag. Nadat het beroep was ingesteld, nam de Staatssecretaris alsnog een beslissing, waarna verzoeker het beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelt dat verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten omdat de beslistermijn is overschreden. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Gezien de aard van de zaak, waarbij alleen de overschrijding van de beslistermijn centraal stond, wordt een wegingsfactor van 0,5 toegepast. Er zijn geen overige kosten vergoed. De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan verzoeker.
De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier W. van Brakel. Partijen werden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk werd geacht.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoeker wegens overschrijding van de beslistermijn.