ECLI:NL:RBDHA:2023:9799
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielprocedure wegens Dublin-verantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam deze niet in behandeling omdat Duitsland volgens het Dublin-verdrag verantwoordelijk is voor de behandeling.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 13 juni 2023, waarbij verzoeker niet aanwezig was.
Na de zitting wees de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening af, omdat de hoofdzaak reeds was behandeld (zaaknummer NL23.15376) en daardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd openbaar gedaan op 13 juni 2023 en bekendgemaakt op 16 juni 2023. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld en Duitsland verantwoordelijk is voor de asielaanvraag.