ECLI:NL:RBDHA:2023:9804
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is in beroep gegaan omdat de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet tijdig had beslist op zijn aanvraag. Nadat verzoeker het beroep had ingesteld, nam verweerder alsnog een beslissing, waarna verzoeker het beroep introk en vergoeding van proceskosten vorderde.
De rechtbank overweegt dat verweerder de proceskosten moet vergoeden omdat de beslissing te laat is genomen. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag. Vanwege de beperkte omvang van de zaak en het feit dat het alleen ging om de overschrijding van de beslistermijn, past de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toe.
De rechtbank kent een vergoeding toe van €418,50, gebaseerd op één punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van €837,- en de genoemde wegingsfactor. Er zijn geen andere kosten die vergoed kunnen worden. De uitspraak is gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier W. van Brakel op 24 januari 2023.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.