ECLI:NL:RBDHA:2023:9809
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding wegens overschrijding beslistermijn in bestuursrechtelijke procedure
Verzoeker is op 5 september 2022 in beroep gegaan tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op zijn aanvraag. Nadat verweerder op 1 november 2022 alsnog een beslissing nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht de rechtbank om proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat omdat verweerder pas na het instellen van het beroep heeft beslist, verzoeker recht heeft op vergoeding van proceskosten. Omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde, geldt een vast bedrag volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
Gezien het beperkte onderwerp van de procedure, namelijk de overschrijding van de beslistermijn, past de rechtbank een wegingsfactor van 0,5 toe en kent een vergoeding toe van €418,50. De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten wegens overschrijding van de beslistermijn.