ECLI:NL:RBDHA:2023:9814
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker had een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland verantwoordelijk werd geacht voor de behandeling volgens de Dublinverordening.
Tegen dit besluit heeft verzoeker beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 13 juni 2023 samen met een gerelateerde zaak.
Bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.15656) is op het beroep beslist, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk werd geacht. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is behandeld.