ECLI:NL:RBDHA:2023:9815
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor zoekjaar wegens niet voldoen aan top-200 universiteitscriteria
Eiser, geboren in 1974 en met de Jemenitische nationaliteit, heeft op 20 december 2018 aan de University of Malaya in Kuala Lumpur gepromoveerd. Hij vroeg op 10 november 2021 een machtiging tot voorlopig verblijf aan voor het zoeken naar en verrichten van arbeid (zoekjaar). Verweerder wees de aanvraag af omdat de universiteit bij promotie niet in de top 200 stond van twee van de drie erkende ranglijsten, zoals vereist sinds 1 juli 2021.
Eiser voerde aan dat hij vanwege persoonlijke uitreisbeperkingen door de oorlog in Jemen niet eerder kon aanvragen en dat het beleid onredelijk is omdat ranglijsten altijd een jaar achterlopen. Ook stelde hij dat een top-100 notering in één lijst gelijkwaardig zou moeten zijn aan top-200 in twee lijsten. Daarnaast vond hij dat zijn academische prestaties onvoldoende waren meegewogen en dat hij ten onrechte niet was gehoord.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het recht toepaste dat gold op het moment van aanvraag en dat het beleid om twee noteringen te eisen niet onredelijk is. De ranglijst van het jaar van promotie is bepalend en er waren geen bijzondere omstandigheden die een afwijking rechtvaardigen. Ook was het niet horen van eiser in de bezwaarfase gerechtvaardigd omdat het bezwaar kennelijk ongegrond was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenvergoeding toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter D.C. Laagland op 6 juli 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor zoekjaar wordt ongegrond verklaard.