ECLI:NL:RBDHA:2023:9818
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen op grond van de Dublin-verordening, waarbij Frankrijk verantwoordelijk wordt gehouden voor de behandeling.
Tegen dit besluit is beroep ingesteld en is tevens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gelijksoortige zaak op 13 juni 2023 behandeld, waarbij verzoeker niet is verschenen.
De voorzieningenrechter overweegt dat aangezien in de hoofdzaak (zaaknummer NL23.15893) reeds uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen zonder toekenning van proceskosten.
De uitspraak is gedaan op 20 juni 2023 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.