Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Gambiaanse nationaliteit dragende vreemdeling, werd op 12 juni 2023 geconfronteerd met een maatregel van bewaring op grond van artikel 59b van de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde dat de staandehouding en bewaring onrechtmatig waren vanwege het ontbreken van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf en onduidelijkheid over de strafrechtelijke basis.
De rechtbank oordeelde dat de staandehouding plaatsvond in het kader van een algemene politietaak en dat de maatregel van bewaring gebaseerd was op feitelijk juiste en voldoende gemotiveerde zware gronden, waaronder het niet op de voorgeschreven wijze binnenkomen van Nederland, het niet naleven van een terugkeerbesluit en het risico op het onttrekken aan toezicht. Ook lichte gronden zoals het ontbreken van een vaste woonplaats en onvoldoende middelen werden meegewogen.
De rechtbank verwierp het verweer dat een lichter middel had moeten worden toegepast, aangezien de medische zorg in detentie gelijkwaardig is aan die in de vrije maatschappij en er geen aanwijzingen waren dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Het verzoek om schadevergoeding werd eveneens afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.