Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiser] , eiser
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling tegen de maatregel van bewaring opgelegd door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel werd opgelegd vanwege het risico dat eiser zich aan het toezicht zou onttrekken en de uitzettingsprocedure zou belemmeren.
De rechtbank oordeelde dat de zware gronden, waaronder het ontbreken van een geldig reisdocument en onvoldoende medewerking aan het vaststellen van identiteit en nationaliteit, feitelijk juist en voldoende gemotiveerd waren. Hoewel eiser betoogde dat er geen zicht op uitzetting naar Marokko was, concludeerde de rechtbank dat er wel degelijk zicht is, mede gelet op eerdere jurisprudentie en het feit dat de Marokkaanse autoriteiten niet hebben laten weten geen laissez-passer te zullen verstrekken.
Verder wees de rechtbank het verweer af dat een lichter middel dan bewaring had moeten worden toegepast, mede vanwege de verklaring van eiser dat hij niet wil terugkeren naar Marokko maar naar Groot-Brittannië wil. De rechtbank achtte de maatregel niet onrechtmatig en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.