ECLI:NL:RBDHA:2023:9863

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 juli 2023
Publicatiedatum
7 juli 2023
Zaaknummer
NL23.17892
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 lid 1 aanhef en onder a Vreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing maatregel bewaring wegens vervallen terugkeerbesluit en toekenning schadevergoeding

Eiser, met de Marokkaanse nationaliteit, kreeg op 31 juli 2022 een terugkeerbesluit opgelegd door verweerder. Op 10 mei 2023 volgde een aanzegging om zich onmiddellijk naar Italië te begeven, waardoor het terugkeerbesluit kwam te vervallen. Op 17 juni 2023 legde verweerder een maatregel van bewaring op aan eiser, waarbij werd verwezen naar het inmiddels vervallen terugkeerbesluit.

De rechtbank oordeelt dat het terugkeerbesluit niet herleefd is na intrekking van de aanzegging en dat het bestreden besluit van meet af aan onrechtmatig is. Daarom wordt de maatregel van bewaring per direct opgeheven.

Daarnaast kent de rechtbank een schadevergoeding toe van €1.800,- voor 18 dagen onrechtmatige vrijheidsontneming, tegen een dagvergoeding van €100,-. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €1.674,- aan de rechtsbijstandverlener van eiser.

De uitspraak is gedaan door rechter Schaaf en griffier Hoogbruin en is openbaar bekendgemaakt op 4 juli 2023. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de maatregel van bewaring wordt opgeheven en een schadevergoeding van €1.800,- wordt toegekend.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL23.17892
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder (gemachtigde: mr. J.C. van Ossenbruggen).

Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2023 (het bestreden besluit) heeft verweerder aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Dit beroep moet tevens worden aangemerkt als een verzoek om toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank heeft het beroep op 3 juli 2023 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen A. Tribak. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Eiser heeft de Marokkaanse nationaliteit is geboren op [geboortedatum] 1986.
2. De rechtbank stelt het volgende vast. Verweerder heeft eiser op 31 juli 2022 een terugkeerbesluit opgelegd (het terugkeerbesluit). Op 10 mei 2023 heeft verweerder aan eiser een bevel opgelegd om zich onmiddellijk naar het grondgebied van Italië te begeven (de aanzegging). In het bestreden besluit is gerefereerd aan het terugkeerbesluit.
3. Verweerder voert aan dat het terugkeerbesluit ten grondslag ligt aan het bestreden besluit. Ter zitting heeft verweerder de aanzegging ingetrokken.
4. De rechtbank overweegt als volgt. Doordat verweerder eiser heeft aangezegd om zich naar Italië te begeven, is het terugkeerbesluit komen te vervallen. Gelet op hun wezenlijk verschillende strekkingen, kunnen deze twee besluiten immers niet naast elkaar bestaan. Evenmin is er sprake van een situatie waarin het terugkeerbesluit als het waren
“herleefd” als gevolg van de intrekking van de aanzegging. Zou hiervan al sprake zou zijn, dan geldt die zogenoemde herleving niet met terugwerkende kracht vanaf 17 juni 2023, de datum van het bestreden besluit.
5. Het terugkeerbesluit is dus komen te vervallen en is niet gaan herleven. Dat betekent dat aan het bestreden besluit geen terugkeerbesluit (meer) voorafgegaan is. Het bestreden besluit is daarmee van meet af aan onrechtmatig en de maatregel van bewaring dient te worden opgeheven met ingang van heden.
6. De rechtbank acht gronden aanwezig om een schadevergoeding toe te kennen voor 18 dagen onrechtmatige (tenuitvoerlegging van de) vrijheidsontnemende maatregel in het detentiecentrum. Per dag krijgt eiser € 100,-. Het totaal is dus € 1.800,-.
7. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.674,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van
€ 837,- en een wegingsfactor 1). Omdat aan eiser een toevoeging is verleend, moet verweerder de proceskostenvergoeding betalen aan de rechtsbijstandverlener.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • beveelt de opheffing van de maatregel van bewaring met ingang van heden, 4 juli 2023;
  • veroordeelt de Staat der Nederlanden tot het betalen van een schadevergoeding aan eiser tot een bedrag van € 1.800,-, te betalen door de griffier en beveelt de tenuitvoerlegging van deze schadevergoeding;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.674,00.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
K.F.K. Hoogbruin, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
04 juli 2023

Documentcode: [documentcode]

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking.