ECLI:NL:RBDHA:2023:9870
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard. Tevens heeft verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Gezien de uitspraak in een gerelateerde zaak (nummer AWB 22/5671) waarin het beroep werd behandeld, werd het verzoek als kennelijk ongegrond afgewezen.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is geanonimiseerd gepubliceerd en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-ontvankelijk verklaren van de aanvraag verblijfsvergunning is afgewezen.