Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen
[eiser 1] , V-nummer: [v-nummer 1] , eiser 1
eiseres 2
eiser 3
eiseres 4
eiseres 5
Rechtbank Den Haag
Eisers, familieleden van een asielvergunninghouder (referente) met de Eritrese nationaliteit, vorderen verblijf in Nederland via nareis en op grond van artikel 8 EVRM Pro. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hun aanvragen afgewezen omdat referente ten tijde van de tweede aanvraag meerderjarig was en niet voldeed aan de voorwaarden voor nareis. Tevens werd de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro negatief beoordeeld.
De rechtbank oordeelt dat de tweede aanvraag terecht is beoordeeld naar de omstandigheden ten tijde van die aanvraag, waarbij de meerderjarigheid van referente bepalend is. De eerdere afwijzing van de eerste aanvraag als minderjarige staat vast en kan niet worden herroepen. De rechtbank stelt dat de staatssecretaris niet verplicht is om bij nareisaanvragen een toets aan artikel 8 EVRM Pro uit te voeren, aangezien de Vreemdelingenwet 2000 dit niet voorschrijft.
Verder is onvoldoende gebleken van hechte persoonlijke banden tussen referente en haar broer en zussen. De belangenafweging is zorgvuldig gemotiveerd, waarbij ook het economische belang van de staat en het feit dat eisers nooit in Nederland verbleven meewegen. De beroepen worden ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.
Uitkomst: De beroepen tegen de afwijzing van nareisaanvragen en de weigering tot toetsing aan artikel 8 EVRM worden door de rechtbank ongegrond verklaard.