ECLI:NL:RBDHA:2023:9936
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort - Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visumaanvraag kort verblijf wegens onvoldoende middelen van bestaan
Eiseres, een Turkse staatsburger, vroeg een visum kort verblijf aan om haar dochter in Nederland te bezoeken. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende bewijs van voldoende middelen van bestaan voor het verblijf en de terugreis.
Eiseres voerde aan dat verweerder ten onrechte de inkomenseisen van de Vreemdelingencirculaire en het Vreemdelingenbesluit toepaste en dat de hoorplicht was geschonden. De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste toetsingskader hanteerde en dat eiseres onvoldoende bewijs leverde dat zij of haar dochter als garantsteller over voldoende en duurzame middelen beschikten.
De rechtbank benadrukte dat de richtbedragen uit de Schengengrenscode leidend zijn en dat de gezamenlijke middelen van eiseres en haar dochter niet aan deze norm voldoen. Ook het beroep op eerdere visumverlening en de hoorplicht faalden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van het visum kort verblijf wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende middelen van bestaan.