ECLI:NL:RBDHA:2023:9937
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M.H. van der Poort – Schoenmakers
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken meer dan gebruikelijke afhankelijkheid
Eisers, allen Syrische nationaliteit, verzochten om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij de referent, hun vader en grootvader met asielstatus in Nederland, te verblijven. De aanvraag werd door de staatssecretaris afgewezen, en dit besluit werd gehandhaafd na bezwaar en een aanvullend besluit.
Eisers voerden in beroep aan dat er sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen de referent en zijn meerderjarige dochter vanwege haar psychische klachten, en dat verweerder ten onrechte niet had getoetst aan relevante Europese richtlijnen en het Handvest van de Grondrechten van de EU.
De rechtbank oordeelde dat verweerder het juiste toetsingskader had gehanteerd en dat de Europese bepalingen niet van toepassing waren of niet geïmplementeerd in de Nederlandse rechtsorde. Tevens concludeerde de rechtbank dat geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie, mede omdat de dochter sinds 2012 zelfstandig woonde, er geen financiële afhankelijkheid was aangetoond, en de medische stukken onvoldoende concreet waren.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Vanwege een motiveringsgebrek in het oorspronkelijke besluit, dat door verweerder in beroep was aangevuld, werd verweerder veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €837,- aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en verweerder wordt veroordeeld tot een proceskostenvergoeding van €837,-.