Op 19 september 2019 veroorzaakte de verdachte een verkeersongeval in Gouda waarbij zij reed onder invloed van alcohol, zonder geldig rijbewijs en met een snelheid van circa 86 km/u, waarbij zij gedeeltelijk op de rijbaan voor tegemoetkomend verkeer terechtkwam en een botsing veroorzaakte. Twee slachtoffers liepen letsel op dat tijdelijke ziekte of verhindering veroorzaakte.
De officier van justitie vorderde bewezenverklaring van de feiten en een voorwaardelijke gevangenisstraf met werkstraf en ontzegging rijbevoegdheid. De verdediging voerde aan dat een ander de bestuurder was en dat het letsel niet voldeed aan de wettelijke criteria. De rechtbank verwierp het alternatieve scenario op basis van betrouwbare verklaringen en forensisch DNA-onderzoek op de airbag.
De rechtbank oordeelde dat het rijgedrag van de verdachte zeer onvoorzichtig en onoplettend was, maar niet roekeloos. Het letsel kwalificeerde niet als zwaar lichamelijk letsel. De redelijke termijn was met 21 maanden overschreden, wat de strafmatiging beïnvloedde. De rechtbank legde een taakstraf van 150 uur op, met aftrek van tijd in verzekering, en geen ontzegging van rijbevoegdheid.
Het verzoek tot heropening van het onderzoek om de getuige opnieuw te horen werd afgewezen. De verdachte werd vrijgesproken van roekeloosheid en zwaar letsel, maar veroordeeld voor de overige feiten. De straf is gebaseerd op de Wegenverkeerswet en het Wetboek van Strafrecht.