ECLI:NL:RBDHA:2023:9950
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijk verklaring beroep wegens niet betalen griffierecht bij verblijfsvergunning
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid waarin het bezwaar tegen het niet in behandeling nemen van zijn aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd niet-ontvankelijk werd verklaard.
De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op grond van artikel 8:41, eerste lid, Awb, is griffierecht verschuldigd. Eiser is per aangetekende brief herinnerd aan de betaling van het griffierecht van €184, met een betalingstermijn van vier weken en een waarschuwing dat niet-betaling leidt tot niet-ontvankelijkheid.
De aangetekende brief en nota zijn echter retour gekomen als onbestelbaar. De rechtbank constateert dat het griffierecht niet binnen de termijn is betaald en dat dit niet aan omstandigheden buiten eiser kan worden toegerekend. Daarom verklaart de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenverdeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht binnen de gestelde termijn.