Eisers hebben op 4 april 2022 een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in het kader van nareis. Na het uitblijven van een tijdige beslissing stelden zij verweerder in gebreke en dienden vervolgens op 30 januari 2023 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de beslistermijn van 90 dagen, met een verlenging van drie maanden, heeft overschreden. Eisers hebben rechtsgeldig ingebrekestelling gedaan en de wettelijke termijn van twee weken na ontvangst daarvan is verstreken. Het beroep is derhalve kennelijk gegrond.
De rechtbank draagt verweerder op binnen acht weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de termijn wordt overschreden, met een maximum van € 7.500,-. De reeds verbeurde dwangsom wordt vastgesteld op € 1.442,-. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eisers, vastgesteld op € 418,50.