ECLI:NL:RBDHA:2023:9983

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 juli 2023
Publicatiedatum
10 juli 2023
Zaaknummer
NL23.3020
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proceskostenveroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling bij intrekking beroep in nareiszaak

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoekster bezwaar gemaakt tegen een afwijzend besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inzake een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het niet tijdig beslissen op het bezwaar, stelde verzoekster de Staatssecretaris in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit.

De Staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond in een besluit van 25 mei 2023. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde de Staatssecretaris in de gelegenheid te reageren, maar er kwam geen reactie.

De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen en kende het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de kosten van rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen. Verzoekster kan binnen zes weken een verzetschrift indienen indien zij het niet eens is met deze uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.3020

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] ,

geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
mede namens haar (minderjarige) kinderen:
[naam],
geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]

[naam]

geboren op [geboortedatum] ,
van Afghaanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. S. Kalu),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: A.M. van de Donk).

Procesverloop

In het besluit van 11 juni 2022 (primair besluit) heeft verweerder een afwijzend besluit genomen op de aanvraag om machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis bij [naam] . Hiertegen heeft verzoekster op 7 juli 2022 bezwaar gemaakt.
Bij brief van 11 januari 2023 heeft verzoekster verweerder in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar. Vervolgens heeft verzoekster op 31 januari 2023 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit.
In het besluit van 25 mei 2023 (bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van verzoekster ongegrond verklaard. Naar aanleiding hiervan heeft verzoekster op 6 juni 2023 het beroep ingetrokken met daarbij het verzoek verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank heeft verweerder in de gelegenheid gesteld te reageren op dat verzoek. Verweerder heeft hierop niet gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank doet op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zonder zitting uitspraak op het verzoek om proceskostenveroordeling.
2. De veroordeling van een partij in de proceskosten is geregeld in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Awb en nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb). Als een beroep wordt ingetrokken, omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoet gekomen, kan de rechtbank op verzoek van de indiener dat bestuursorgaan bij afzonderlijke uitspraak veroordelen in de proceskosten. Dit is geregeld in artikel 8:75a van de Awb.
3. Gelet op de gedingstukken en het hiervoor weergegeven procesverloop is verweerder tegemoet gekomen aan het beroep van verzoekster. Het verzoek wordt als kennelijk gegrond toegewezen.
4. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoeker gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Bpb voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 418,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 837,- en een wegingsfactor 0,5)

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoekster tot een bedrag van €418,50.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.M.Tapper-Wessels, rechter, in aanwezigheid van N.G. Fuller, griffier.
Een afschrift van deze uitspraak is aan partijen verzonden op:
Bent u het niet eens met deze uitspraak?
Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.