Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam] ,
van Afghaanse nationaliteit,
van Afghaanse nationaliteit,
[naam]
van Afghaanse nationaliteit,
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoekster bezwaar gemaakt tegen een afwijzend besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inzake een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Na het niet tijdig beslissen op het bezwaar, stelde verzoekster de Staatssecretaris in gebreke en stelde vervolgens beroep in tegen het uitblijven van een besluit.
De Staatssecretaris verklaarde het bezwaar ongegrond in een besluit van 25 mei 2023. Hierop trok verzoekster het beroep in en verzocht om vergoeding van de proceskosten. De rechtbank stelde de Staatssecretaris in de gelegenheid te reageren, maar er kwam geen reactie.
De rechtbank oordeelde dat de Staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen en kende het verzoek tot proceskostenvergoeding toe. De proceskosten werden vastgesteld op €418,50, gebaseerd op de kosten van rechtsbijstand conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak werd gedaan zonder zitting en is verzonden aan partijen. Verzoekster kan binnen zes weken een verzetschrift indienen indien zij het niet eens is met deze uitspraak.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot betaling van €418,50 aan proceskosten aan verzoekster.