ECLI:NL:RBDHA:2024:10015

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 juni 2024
Publicatiedatum
27 juni 2024
Zaaknummer
24.10394
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens tijdige beslissing staatssecretaris en proceskostenvergoeding

Eiseres had beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 12 augustus 2022. Op 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris deze aanvraag alsnog ingewilligd. Hierdoor verloor eiseres het procesbelang bij het beroep, waardoor de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaarde.

Ondanks de niet-ontvankelijkheid van het beroep, oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris de proceskosten van eiseres moest vergoeden, omdat de staatssecretaris aan het beroep tegemoet was gekomen. De vergoeding werd berekend volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht, waarbij een vast bedrag per proceshandeling werd toegepast met een factor 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak.

Daarnaast werd bepaald dat de staatssecretaris het door eiseres betaalde griffierecht van €187,- moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan zonder zitting door rechter S. Ketelaars-Mast en griffier M.A. Postma. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid van verzet binnen zes weken na verzending van de uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.10394

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiseres,

geboren op [geboortedatum],
van Iraakse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
mede namens haar minderjarige kind,
[naam],
geboren op [geboortedatum],
van Iraakse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. L.J. Meijering),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag van 12 augustus 2022.
1.1.
De staatssecretaris heeft deze aanvraag met het besluit van 3 juni 2024 ingewilligd. Naar aanleiding hiervan heeft eiseres de rechtbank verzocht de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
1.2.
Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

2. Omdat de staatssecretaris inhoudelijk aan het beroep tegemoet is gekomen, heeft eiseres geen procesbelang meer bij een beoordeling van het bestreden besluit. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
3. De bestuursrechter kan een partij veroordelen in de kosten die een andere partij in verband met de behandeling van het beroep bij de bestuursrechter, en van het bezwaar of van het administratief beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. [2] Dit kan ook als het beroep niet-ontvankelijk is.
4. Het beroep is dan wel niet-ontvankelijk, maar omdat de staatssecretaris naar aanleiding van het beroep aan eiseres tegemoet is gekomen, bestaat in beginsel wel aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van eiseres.
5. De rechtbank veroordeelt de staatssecretaris daarom in de door eiseres redelijkerwijs gemaakte proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt eiseres een vast bedrag per proceshandeling. De gemachtigde heeft een beroepschrift ingediend. In beroep heeft elke proceshandeling een waarde van € 875,-. Omdat de zaak een licht gewicht heeft, is op de waarde een factor van 0,5 toegepast. De vergoeding bedraagt dan in totaal € 437,50.
6. De rechtbank ziet in de uitkomst van de zaak aanleiding te bepalen dat de staatssecretaris aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoedt, omdat de staatssecretaris aan het beroep tegemoet is gekomen.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- bepaalt dat de staatssecretaris het griffierecht van €187,- aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van € 437,50 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S. Ketelaars-Mast, rechter, in aanwezigheid van M.A. Postma, griffier.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2.Dit volgt uit artikel 8:75 van Pro de Awb en is nader uitgewerkt in het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).