ECLI:NL:RBDHA:2024:10016
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring en zicht op uitzetting naar Algerije
De rechtbank Den Haag heeft op 27 juni 2024 uitspraak gedaan in een bestuursrechtelijke zaak betreffende het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd aan een Algerijnse vreemdeling. Eiser stelde dat de voortzetting onrechtmatig was wegens onvoldoende voortvarendheid van de staatssecretaris en het ontbreken van zicht op uitzetting, mede omdat eiser ongedocumenteerd zou zijn.
De staatssecretaris heeft ter zitting toegelicht dat een kopie van het paspoort van eiser op 1 mei 2024 was ontvangen en dat er diverse rappelleringen en vertrekgesprekken hebben plaatsgevonden. De rechtbank oordeelt dat hoewel de ontvangst van het identiteitsbewijs niet tot concrete resultaten heeft geleid, de staatssecretaris voldoende voortvarend handelt gezien de relatief korte duur van de bewaring.
Daarnaast verwijst de rechtbank naar een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 6 mei 2024, waarin is geoordeeld dat er in het algemeen zicht op uitzetting naar Algerije bestaat, ook voor ongedocumenteerde vreemdelingen. De door de staatssecretaris verstrekte cijfers over lp-aanvragen en nationaliteitsbevestigingen bevestigen dit.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.