ECLI:NL:RBDHA:2024:10042
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling arbeidskorting bij WAO-uitkering als inkomen uit vroegere arbeid
Eiser ontving in 2020 een WAO-uitkering en gaf deze op als inkomen uit tegenwoordige arbeid, waardoor arbeidskorting werd toegepast bij de voorlopige aanslag. Bij de definitieve aanslag werd vastgesteld dat de WAO-uitkering inkomen uit vroegere arbeid is, waardoor de arbeidskorting niet geldt. Eiser was sinds 1986 arbeidsongeschikt, waardoor de uitzondering voor tijdelijke arbeidsongeschiktheid niet van toepassing is.
De rechtbank overweegt dat op grond van de Wet inkomstenbelasting 2001 arbeidsinkomen alleen het inkomen uit tegenwoordige arbeid betreft en dat een WAO-uitkering slechts als zodanig geldt bij tijdelijke arbeidsongeschiktheid van maximaal 104 weken. De door eiser aangevoerde omstandigheden hebben geen invloed op de belastingheffing over 2020.
De aanslag en de daarbij in rekening gebrachte belastingrente zijn terecht vastgesteld. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2020 wordt gehandhaafd.