ECLI:NL:RBDHA:2024:10046
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Bevestiging naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens houder van buitenlands voertuig
Eiser maakte bezwaar tegen een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete die waren opgelegd omdat hij met een buitenlands kentekenvoertuig op de Nederlandse openbare weg reed zonder dat belasting was voldaan.
De rechtbank oordeelde dat eiser terecht als houder van het voertuig werd beschouwd, omdat hij het voertuig feitelijk ter beschikking had gedurende het gehele tijdvak waarover de belasting werd nageheven. Het feit dat het voertuig stil stond op de openbare weg werd als gebruik aangemerkt, wat voldoende is voor de heffing.
Eiser voerde aan dat hij het voertuig slechts kort had gebruikt en niet de houder was, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De rechtbank vond de verzuimboete passend en geboden, aangezien geen sprake was van afwezigheid van alle schuld of een pleitbaar standpunt.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag en verzuimboete wordt ongegrond verklaard omdat eiser terecht als houder van het voertuig is aangemerkt.