ECLI:NL:RBDHA:2024:10091

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 juli 2024
Publicatiedatum
1 juli 2024
Zaaknummer
NL24.18971
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:57 AwbArt. 13 DublinverordeningWBV 2022/22
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd ingediend op 25 oktober 2022, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Italië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk was. Verweerder verzocht Italië om overname, waarop Italië niet binnen de termijn reageerde, waardoor de verantwoordelijkheid op 14 augustus 2023 bij verweerder kwam te liggen.

Op 27 september 2022 trad een besluit in werking dat de beslistermijnen voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren, met negen maanden verlengde. Dit besluit was ook van toepassing op de aanvraag van eiser, waardoor de beslistermijn nog niet was verstreken toen eiser de ingebrekestelling indiende. Hierdoor was de ingebrekestelling prematuur en niet ontvankelijk.

De rechtbank heeft partijen laten weten dat een zitting niet nodig was en heeft de zaak zonder zitting behandeld. Gezien de prematuur ingediende ingebrekestelling voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12 Awb Pro en wordt het beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege een prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL24.18971
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser V-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. F.W. Verweij), en
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat verweerder volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (hierna: aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank heeft partijen laten weten dat zij een zitting niet nodig vindt en heeft gevraagd of zij het daarmee eens zijn. Omdat partijen daarna niet om een zitting hebben gevraagd, heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de zaak niet behandeld op een zitting.¹
2. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.²
3. Eiser heeft de aanvraag ingediend op 25 oktober 2022. Verweerder heeft de asielaanvraag niet in behandeling genomen, omdat volgens hem Italië verantwoordelijk was voor eisers aanvraag. Verweerder heeft de Italiaanse autoriteiten op 12 december 2022 verzocht om eiser over te nemen op grond van artikel 13, eerste lid, van de Dublinverordening. Italië heeft niet binnen de daarvoor bestemde termijn van twee maanden op dit verzoek gereageerd, waarmee de Italiaanse autoriteiten op 13 februari 2023 fictief akkoord zijn gegaan met het verzoek van verweerder. Verweerder heeft eiser niet op tijd over kunnen dragen aan Italië en is daarmee op 14 augustus 2023 verantwoordelijk
1. Op grond van artikel 8:57 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Dit volgt uit artikel 6:2 en Pro 6:12 van de Awb.
geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. De termijn voor het beslissen op de aanvraag is daarmee op 14 augustus 2023 aangevangen.
4. Sinds 27 september 2022 is het besluit met kenmerk WBV 2022/22 van kracht.³ Dit besluit heeft tot gevolg dat de beslistermijnen van asielaanvragen die op
27 september 2022 nog niet waren verstreken met negen maanden zijn verlengd. Dit geldt ook voor asielaanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2023. De asielaanvraag van eiser valt onder het toepassingsbereik van dit besluit. De beslistermijn in zijn zaak is dus met negen maanden verlengd. De termijn om te beslissen op zijn aanvraag was daarom nog niet verstreken toen hij de ingebrekestelling indiende bij verweerder. De ingebrekestelling is daarmee prematuur. Dat maakt dat niet is voldaan aan de voorwaarden voor het indienen van een beroep op grond van het niet tijdig beslissen door verweerder, als bedoeld in artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
5. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. A.C. Kampschuur, griffier.
3 Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
26 juni 2024

Documentcode: [documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.