ECLI:NL:RBDHA:2024:10098

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
20 juni 2024
Publicatiedatum
1 juli 2024
Zaaknummer
AWB - 23 _ 546
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:7 AwbArt. 6:8 AwbArt. 6:9 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaarschrift tegen naheffingsaanslag BPM terecht niet-ontvankelijk verklaard

In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het bezwaarschrift van eiseres tegen een naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen (Bpm) terecht niet-ontvankelijk is verklaard. Eiseres diende haar bezwaarschrift op 9 augustus 2022 in, nadat de naheffingsaanslag was gedateerd op 11 maart 2022. Verweerder verklaarde het bezwaarschrift niet-ontvankelijk wegens overschrijding van de bezwaarperiode.

Tijdens de zitting op 6 juni 2024 heeft de rechtbank overwogen dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt de naheffingsaanslag niet te hebben ontvangen. De ontkenning van ontvangst kwam pas in de pleitnota aan de orde en werd als ongeloofwaardig beoordeeld. Er zijn geen omstandigheden die de termijnoverschrijding verontschuldigen.

De rechtbank concludeert dat het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Een proceskostenveroordeling wordt niet opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag.

Uitkomst: Het bezwaarschrift tegen de naheffingsaanslag BPM is terecht niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening zonder geldige excuses.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Team belastingrecht
zaaknummer: SGR 23/546

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van

20 juni 2024 in de zaak tussen

3.[eiseres] B.V., gevestigd te [vestigingsplaats] , eiseres(gemachtigde: A.F.M.J. Verhoeven),

en

de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 20 december 2022 op het bezwaar van eiseres tegen de aan eiseres opgelegde naheffingsaanslag belasting van personenauto’s en motorrijwielen (Bpm).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 6 juni 2024.
Namens eiseres zijn gemachtigde en [naam 1] verschenen.
Namens verweerder zijn mr. [naam 2] en mr. [naam 3] verschenen.

Overwegingen

1. De naheffingsaanslag heeft dagtekening 11 maart 2022.
2. Gemachtigde van eiseres heeft met dagtekening 9 augustus 2022 een bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift is op 10 augustus 2022 door verweerder ontvangen.
3. Bij de bestreden uitspraak op bezwaar is het bezwaarschrift van eiseres niet-ontvankelijk verklaard.
4. In geschil is of het bezwaarschrift terecht niet-ontvankelijk is verklaard.
5. Eiseres heeft op 9 augustus 2022 haar bezwaarschrift ingediend tegen de naheffingsaanslag. In dit bezwaarschrift maakt zij geen melding van het niet ontvangen van de naheffingsaanslag. Verweerder heeft alvorens uitspraak op bezwaar te doen op 10 november 2022 een voorlopige uitspraak op bezwaar aan eiseres verzonden waarin verweerder concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaarschrift. Eiseres heeft daarop niet gereageerd. Ook in haar beroepschrift aan de rechtbank maakt zij geen melding van het niet ontvangen van de naheffingsaanslag. Eerst in haar pleitnota ontkent zij de ontvangst van de naheffingsaanslag.
6. Gelet op de onder 5 geschetste omstandigheden acht de rechtbank de ontkenning door eiseres van de ontvangst van de naheffingsaanslag ongeloofwaardig. De ontvangst daarvan wordt daarom – zonder nader bewijs – genoegzaam aannemelijk geacht [1] . Gemachtigde van eiseres heeft met dagtekening 9 augustus 2022 te laat bezwaar gemaakt tegen de naheffingsaanslag en er zijn geen omstandigheden die deze termijnoverschrijding verontschuldigen. Verweerder heeft het bezwaar dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard.
7. Gelet op wat hiervoor is overwogen, is het beroep ongegrond verklaard.
8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.E. Postema, rechter, in aanwezigheid van
mr. B. van Eeuwijk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2024.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof Den Haag (team belastingrecht).
Dat kan digitaal via www.rechtspraak.nl, daar klikt u op “Formulieren en inloggen”. Hoger beroep instellen kan ook door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Bij het instellen van het hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het hogerberoepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;
2 - het hogerberoepschrift is, indien het op papier wordt ingediend, ondertekend.
Verder vermeldt u ten minste het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de datum van verzending;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de redenen waarom u het niet eens bent met de uitspraak (de gronden van het hoger beroep).

Voetnoten

1.Vgl. ECLI:NL:GHAMS:2024:1501, r.o. 5.8