ECLI:NL:RBDHA:2024:10101
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Hij stelt dat verweerder niet tijdig heeft beslist en dat de verlenging van de beslistermijn onder het besluit WBV 2023/3 niet geldig is, waardoor zijn ingebrekestelling niet prematuur zou zijn.
De rechtbank heeft partijen gevraagd of een zitting gewenst was, wat niet het geval bleek, waarna het onderzoek zonder zitting werd gesloten. De rechtbank overweegt dat volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een ingebrekestelling schriftelijk moet worden gedaan en pas na twee weken beroep kan worden ingesteld als nog geen besluit is genomen.
Sinds 27 januari 2023 is het besluit WBV 2023/3 van kracht, dat de beslistermijnen voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024 met negen maanden verlengt. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is geoordeeld dat de verlenging rechtsgeldig is. Omdat eiser zijn aanvraag op 30 september 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde termijn, waardoor de beslistermijn tot 30 december 2024 loopt.
De ingebrekestelling van eiser op 16 maart 2024 is daardoor te vroeg ingediend, waardoor niet is voldaan aan de voorwaarden voor ontvankelijkheid van het beroep. De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling door verlenging beslistermijn onder WBV 2023/3.