De heer [naam 1] verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening die de ontruiming van zijn woning door de heer [naam 2] voor zes maanden verbiedt. Dit verzoek volgde op een eerdere beschikking die ontruiming verbood onder de voorwaarde dat de huurtermijnen tijdig en volledig werden voldaan.
De rechtbank oordeelde dat de heer [naam 1] aan zijn betalingsverplichtingen had voldaan, ondanks een openstaande energierekening. Betalingen van de gemeente Den Haag aan de verhuurder bevestigden dit. De ontruiming zou een bedreigende situatie voor de schuldenaar veroorzaken en het minnelijk traject belemmeren.
De voorlopige voorziening wordt daarom tot 27 augustus 2024 toegekend, met de voorwaarde dat de huurtermijnen worden voldaan. De verhuurder wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Het WSNP-verzoek van de heer [naam 1] kan nog niet worden behandeld omdat het minnelijk traject nog loopt.