6.1De door eiser in de aanvraag van 6 juli 2016 aangewezen oorzaak van de gestelde schade is een oorzaak als bedoeld in artikel 6.1, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wro. Dat betekent dat ten aanzien van het ten aanzien van die aanvraag genomen besluit in dit geval de Wro, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.
7. In artikel 6.1, eerste lid, van de Wro is bepaald dat burgemeester en wethouders degene die in de vorm van een inkomensderving of een vermindering van de waarde van een onroerende zaak schade lijdt of zal lijden als gevolg van een in het tweede lid genoemde oorzaak, op aanvraag een tegemoetkoming toekennen, voor zover de schade redelijkerwijs niet voor rekening van de aanvrager behoort te blijven en voor zover de tegemoetkoming niet voldoende anderszins is verzekerd.
In het tweede lid, aanhef en onder a, van dit artikel is bepaald dat een oorzaak als bedoeld in het eerste lid is een bepaling van een bestemmingsplan, beheersverordening of inpassingsplan, niet zijnde een bepaling als bedoeld in artikel 3.3, artikel 3.6, eerste lid, of artikel 3.38, derde of vierde lid.
8. Zoals ter zitting bevestigd betwist eiser op zich niet dat indirecte planschade anderszins is verzekerd op grond van de verkoop en levering van de omliggende gronden in 2002. Hij vindt echter dat verweerder zich hier niet op mag beroepen, omdat de gemeente hem al jaren dwars zit, onder meer door de vestiging van een voorkeursrecht op de strook grond van 50 aren, waardoor hij die strook niet meer kan verwerven en naar eigen inzicht kan inrichten. Daarnaast heeft de gemeente hem een fatsoenlijke uitweg ontnomen door de paralelweg te wijzigen in een fietspad en heeft de gemeente, anders dan toegezegd, toegestaan dat de afstand tussen de paardenfokkerij van eiser en de woningen slechts 20 meter bedraagt en derhalve ruim binnen de geldende milieucirkel. Eiser stelt dat door al dit handelen van de gemeente geen mogelijkheid meer bestaat om het bedrijf en de overblijvende gronden normaal te exploiteren, zodat eiser gedwongen is zijn bedrijf te verplaatsen, en vordert een bedrag van € 2.591.000,- wegens indirecte planschade.