Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Conclusie
Beslissing
www.rechtspraak.nl
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Marokkaanse staatsburger, vroeg op 13 februari 2023 een visum voor kort verblijf aan om zijn broer in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken wees de aanvraag af omdat eiser onvoldoende sociale en economische binding met Marokko had aangetoond, waardoor twijfel bestond over zijn terugkeervoornemen.
Eiser voerde in beroep aan dat hij wel degelijk een sterke binding met Marokko heeft, onder meer door zijn geboorte, woonplaats, werk en sociaal netwerk, en dat hij objectief bewijs over zijn familieband en inkomen had overgelegd. Ook stelde hij dat zijn moeder, die geen vragenlijst had ingevuld, wel een visum had gekregen, wat volgens hem onzorgvuldig handelen van verweerder toont.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht een ruime beoordelingsruimte toekomt bij de toetsing van het terugkeervoornemen en dat het primaire besluit voldoende gemotiveerd was. Eiser had nagelaten een vragenlijst in te vullen, waardoor onduidelijk bleef of hij andere familieleden in Marokko heeft waarvoor hij zorg draagt. Zijn economische binding was onvoldoende onderbouwd; het bankafschrift en het beroepscertificaat boden geen verifieerbaar bewijs van een regelmatig inkomen.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van zijn moeder niet vergelijkbaar is. De rechtbank concludeerde dat er redelijke twijfel bestaat over het terugkeervoornemen van eiser en verklaarde het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van het visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.