ECLI:NL:RBDHA:2024:10137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser beoordeeld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Oostenrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser stelde dat Oostenrijk zijn internationale verplichtingen niet nakomt, onder meer vanwege problemen met medische zorg en pushbacks. De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat onvoldoende bewijs was geleverd voor structurele tekortkomingen of risico's op pushbacks.
Daarnaast voerde eiser een beroep in op artikel 16 van Pro de Dublinverordening vanwege familiebanden en afhankelijkheid van zorg, en op artikel 17 voor Pro discretionaire overwegingen. De rechtbank vond dat eiser de afhankelijkheid onvoldoende had aangetoond en dat geen bijzondere omstandigheden waren die overdracht zouden moeten voorkomen.
Tot slot wees de rechtbank het beroep op het arrest C.K. af omdat eiser onvoldoende medische onderbouwing had geleverd dat overdracht tot een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van zijn gezondheid zou leiden.
Het beroep is ongegrond verklaard, waardoor het besluit tot niet in behandeling nemen en overdracht aan Oostenrijk in stand blijft.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.