ECLI:NL:RBDHA:2024:10144
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij niet-behandeling asielaanvraag wegens verantwoordelijkheidsverdeling binnen EU
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Polen verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de aanvraag, op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en tegelijkertijd een voorlopige voorziening verzocht om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft echter geoordeeld dat een voorlopige voorziening niet meer nodig is omdat de rechtbank gelijktijdig uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is onherroepelijk, tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslecht.