ECLI:NL:RBDHA:2024:10159
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit mvv-aanvraag nareis, dwangsom en proceskosten opgelegd
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) ten behoeve van familie in het kader van nareis. De aanvraag werd ingediend op 5 december 2022, waarbij verweerder de ontvangst bevestigde maar geen besluit nam binnen de wettelijk gestelde termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden. Hierdoor was de beslistermijn op 19 juni 2023 verstreken zonder besluit.
Na een rechtsgeldige ingebrekestelling op 26 oktober 2023 en het verstrijken van twee weken, werd het beroep op 21 maart 2024 tijdig ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is. Gezien de bijzondere omstandigheden bij aanvragen om gezinshereniging bij houders van een asielvergunning, legt de rechtbank een langere beslistermijn van twintig weken op, in afwijking van de standaardtermijn van twee weken.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank verweerder tot betaling van een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding van deze termijn, met een maximum van €7.500, en stelt vast dat reeds €1.442 aan dwangsommen is verbeurd. Tevens worden de proceskosten van €437,50 en het griffierecht van €187 aan eiser toegekend. Verweerder wordt opgedragen binnen twintig weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, verweerder krijgt twintig weken om alsnog te beslissen en wordt veroordeeld tot betaling van dwangsommen en proceskosten.