ECLI:NL:RBDHA:2024:10163
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag wegens prematuur ingediende ingebrekestelling
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De kern van het geschil betrof de aanvang van de beslistermijn. Eiseres stelde dat deze begon op 29 juli 2022, de datum waarop zij een loopbrief ontving. De rechtbank oordeelde echter dat de beslistermijn aanvangt met het ondertekenen van het M35-H-formulier, wat in deze zaak op 26 november 2022 plaatsvond.
Daarnaast is op 27 september 2022 het besluit WBV 2022/22 in werking getreden, dat de beslistermijn voor asielaanvragen die nog niet verstreken waren met negen maanden verlengt. Dit besluit is ook van toepassing op de aanvraag van eiseres. Hierdoor was de beslistermijn op het moment van de ingebrekestelling nog niet verstreken, waardoor de ingebrekestelling prematuur was.
Omdat een ingebrekestelling een vereiste is om beroep in te kunnen stellen tegen niet tijdig beslissen, voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en de zaak is zonder zitting afgedaan.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.