ECLI:NL:RBDHA:2024:10171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling Staatssecretaris in proceskosten wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Verzoekster heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis asiel. De rechtbank had in een eerdere uitspraak bepaald dat verweerder binnen een bepaalde termijn alsnog moest beslissen op de aanvraag.
Ondanks het beroep nam verweerder pas op 15 mei 2024 een besluit, waarna verzoekster het beroep introk en verzocht om een veroordeling van verweerder in de proceskosten. De rechtbank oordeelde dat verweerder door het alsnog nemen van het besluit aan verzoekster tegemoet is gekomen en veroordeelde verweerder daarom in de proceskosten.
De proceskosten zijn vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur op 28 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten van verzoekster wegens niet tijdig beslissen.