ECLI:NL:RBDHA:2024:10183
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig besluit op bezwaar machtiging voorlopig verblijf
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) op grond van artikel 8 EVRM Pro. De aanvraag werd ingediend in september 2021 en afgewezen in mei 2023. Eiseres maakte bezwaar in mei 2023 en diende gronden van bezwaar in juli 2023. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van negentien weken beslist, ondanks opschorting en verlenging van de beslistermijn.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat verweerder niet tijdig heeft beslist. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt het niet tijdig nemen van een besluit gelijkgesteld aan een besluit en kan de rechtbank een termijn opleggen voor alsnog besluitvorming. De rechtbank legt een termijn van twee weken op waarbinnen verweerder een besluit moet nemen op het bezwaar.
Daarnaast stelt de rechtbank vast dat verweerder bestuurlijke dwangsommen heeft verbeurd van €1.442 en legt een dwangsom op van €100 per dag met een maximum van €7.500 voor het geval verweerder niet binnen de gestelde termijn beslist. Verweerder wordt tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. De uitspraak is gedaan door rechter A.C.J. van Dooijeweert op 28 juni 2024.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en draagt verweerder op binnen twee weken alsnog een besluit te nemen op het bezwaar.