ECLI:NL:RBDHA:2024:102
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek uitstel vertrek wegens medische redenen Iran
Eiseres, een Iraanse vrouw geboren in 1949, verzocht om uitstel van vertrek uit Nederland op grond van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 vanwege haar medische situatie. Haar aanvraag werd afgewezen door de staatssecretaris, die zich baseerde op een advies van het Bureau Medische Advisering (BMA). Dit advies concludeerde dat eiseres lijdt aan hoge bloeddruk, schildklierproblemen, overgewicht met mobiliteitsbeperkingen, en depressieve klachten, maar dat de noodzakelijke medische behandeling en medicatie in Iran beschikbaar zijn.
Eiseres betoogde dat het advies onvoldoende rekening hield met de verergering van haar depressieve klachten en haar onmogelijkheid om zelfstandig te reizen, mede vanwege het negatieve reisadvies voor Iran en het ontbreken van begeleiding door haar kinderen. De rechtbank oordeelde dat het BMA-advies zorgvuldig en inzichtelijk was, en dat de staatssecretaris terecht van dit advies uitging. De mogelijkheid van begeleiding door een verpleegkundige werd als voldoende geacht.
Verder stelde eiseres dat de zorg in Iran feitelijk niet toegankelijk is vanwege financiële redenen en verminderde zelfredzaamheid. De rechtbank vond dat eiseres deze stellingen onvoldoende had onderbouwd en dat er geen aannemelijke aanwijzingen waren dat zij geen toegang tot zorg zou hebben. Ook het beroep op het recht op privéleven werd afgewezen, omdat de medische behandeling in Iran voortgezet kan worden en eiseres geen aantoonbaar nadeel ondervindt.
Ten slotte oordeelde de rechtbank dat de staatssecretaris terecht had afgezien van het horen van eiseres in bezwaar, omdat haar bezwaren geen aanleiding gaven tot een ander besluit. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om uitstel van vertrek wegens medische redenen wordt ongegrond verklaard.