ECLI:NL:RBDHA:2024:10232
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzettingsbesluit staatssecretaris
Verzoeker, van Syrische nationaliteit, heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen een besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 28 maart 2024. Tegelijkertijd verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen zodat de uitzetting niet zou plaatsvinden totdat op het beroep in de hoofdzaak was beslist.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed dat vereist en er een beroep of bezwaar tegen het besluit is ingesteld. Omdat het hoofdberoep met zaaknummer NL24.14591 bij uitspraak van dezelfde dag ongegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen.
Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter C.H. de Groot en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het uitzettingsbesluit is afgewezen.