ECLI:NL:RBDHA:2024:10240

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 juni 2024
Publicatiedatum
3 juli 2024
Zaaknummer
AWB 23/6729 en AWB 23/6731
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:41 AwbArt. 8:82 AwbArt. 8:83 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep en voorlopige voorziening wegens niet-betaling griffierecht

Deze uitspraak betreft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser tegen een besluit van 23 mei 2023. De voorzieningenrechter heeft partijen niet uitgenodigd voor een zitting omdat dat niet noodzakelijk was volgens artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Eiser moest griffierecht betalen voor zowel het beroep als de voorlopige voorziening, in totaal €368,-. De rechtbank heeft eiser meerdere keren aangetekend verzocht dit bedrag binnen de gestelde termijnen te voldoen. Ondanks deze aanmaningen heeft eiser het griffierecht niet betaald en geen geldige reden opgegeven voor het uitblijven van betaling.

Daarom kan de rechtbank het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandelen en verklaart zij deze niet-ontvankelijk. Er wordt geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter M. Eversteijn op 5 juni 2024.

Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening zijn niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/6729 en AWB 23/6731

uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juni 2024 in de zaak tussen

[eiser] , eiser,

V-nummer: [V nummer]
(gemachtigde: mr. M. Flipse),
en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening van eiser tegen het besluit van 23 mei 2023.

Overwegingen

1. De voorzieningenrechter (hierna: de rechtbank) nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaken niet nodig is (artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)). Eiser heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de rechtbank de zaken niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat en een verzoek om een voorlopige voorziening indient, moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:41 eerste Pro lid en in artikel 8:82, eerste lid, van de Awb. In dit geval is het griffierecht voor beide zaken samen € 368,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft eiser op 1 juli 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht voor de voorlopige voorziening binnen twee weken moet betalen aan de rechtbank.
5. De rechtbank heeft eiser op 30 juli 2023 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht voor het beroep binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank.
6. De rechtbank heeft de bedragen niet ontvangen. Eiser heeft daar geen reden voor gegeven.
7. De rechtbank zal het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening niet inhoudelijk behandelen. Het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening zijn kennelijk niet-ontvankelijk.
8. Van een vergoeding van de proceskosten is geen sprake.

Beslissing

- De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- De rechtbank verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. Eversteijn, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van E.J.H.C. Hui, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2024.
De griffier is verhinderd
deze uitspraak te ondertekenen.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.