ECLI:NL:RBDHA:2024:10276
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet tijdig besluit op bezwaar visum kort verblijf
Verzoekster stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een visum kort verblijf. Tijdens het beroep nam de Minister van Buitenlandse Zaken alsnog een besluit op bezwaar, waarna verzoekster haar beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de Minister aan verzoekster tegemoet was gekomen door alsnog een besluit te nemen en veroordeelde de Minister in de proceskosten. De hoogte van de kosten werd vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op de inzet van professionele rechtsbijstand en de beperkte aard van het geschil (alleen overschrijding beslistermijn).
De uitspraak werd gedaan zonder zitting, conform artikel 8:54 Awb Pro, en de Minister werd tevens veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht. Verweerder reageerde niet op het verzoek om proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De Minister van Buitenlandse Zaken is veroordeeld tot betaling van € 437,50 aan proceskosten wegens het niet tijdig beslissen op bezwaar.