Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.Het verloop van de procedure
- [naam] namens de gecertificeerde instelling;
- de moeder.
Rechtbank Den Haag
De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige tot haar meerderjarigheid, later gewijzigd tot drie maanden. De minderjarige groeit op in een gezin met spanningen en heeft gedragsproblemen en schoolverzuim gehad, maar toont recent positieve ontwikkelingen zoals het volgen van een bijbaan en het overwegen van een vervolgopleiding.
De moeder is het niet eens met verlenging en benadrukt de positieve effecten van het traject bij Yes We Can, dat door de minderjarige zelf is georganiseerd. De moeder ervaart dat het vertrouwen in hulpverlening is toegenomen en wil het vrijwillige kader voortzetten.
De kinderrechter overweegt dat zowel de minderjarige als de moeder zichtbare positieve stappen hebben gezet en voldoende sterk zijn om zonder ondertoezichtstelling verder te gaan. Daarom wordt het verzoek tot verlenging afgewezen. De kinderrechter spreekt vertrouwen uit in het vermogen van beiden om zelfstandig hulp voort te zetten en zal dit ook in een aparte brief aan de minderjarige bevestigen.
Uitkomst: Het verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen omdat de minderjarige en haar moeder voldoende positieve ontwikkelingen hebben doorgemaakt.