ECLI:NL:RBDHA:2024:1028
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening behoud opvang tijdens asielprocedure
Verzoeker heeft een asielaanvraag ingediend die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen, omdat Frankrijk volgens verweerder verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld onder zaaknummer NL23.34609 en daarnaast een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om tijdens de beroepsprocedure zijn opvangvoorzieningen in Nederland te behouden.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening beoordeeld op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Omdat de rechtbank op dezelfde dag uitspraak heeft gedaan in het hoofdberoep (zaaknummer NL23.34609), acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S.E. van de Merbel en is onherroepelijk omdat tegen deze uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het hoofdberoep reeds is beslist.