ECLI:NL:RBDHA:2024:10290
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens onvoldoende geloofwaardigheid en geen reëel risico op ernstige schade in Iran
Eisers, een Iraanse man en zijn Iraakse echtgenote, hebben in 2021 opvolgende asielaanvragen ingediend, waarin zij stelden dat zij bij terugkeer naar Iran strafrechtelijke vervolging en ernstige schade zouden ondervinden vanwege niet-naleving van een meldplicht en hun Koerdische afkomst.
Verweerder heeft de asielaanvragen afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat de authenticiteit van de door eisers overgelegde dagvaardingen niet kon worden vastgesteld en de verklaringen van eisers bevreemdend en tegenstrijdig waren. Tevens achtte verweerder het risico op vervolging of ernstige schade onvoldoende aannemelijk, mede gelet op de landeninformatie en het ontbreken van een profiel dat bijzondere aandacht van Iraanse autoriteiten zou trekken.
Eisers voerden aan dat zij het voordeel van de twijfel verdienen, dat tegenstrijdigheden verklaarbaar zijn door taalproblemen en tijdsverloop, en dat de positie van Koerden in Iran zorgwekkend is. De rechtbank oordeelde echter dat de authenticiteit van documenten niet was komen vast te staan, dat de tegenstrijdigheden niet onbelangrijk waren en niet voldoende werden onderbouwd, en dat de Koerdische afkomst geen reëel risico oplevert zonder concrete aanwijzingen.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvragen terecht als kennelijk ongegrond zijn afgewezen en verklaarde het beroep ongegrond. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvragen is ongegrond verklaard.