ECLI:NL:RBDHA:2024:10305
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De rechtbank heeft geen zitting gehouden omdat partijen geen zitting wensten.
De kern van het geschil betreft de vraag of de beslistermijn door de Staatssecretaris rechtsgeldig met negen maanden is verlengd op grond van het besluit WBV 2023/3, dat geldt voor asielaanvragen ingediend tussen 1 januari 2023 en 1 januari 2024. Eiser betwist dit en stelt dat de ingebrekestelling te vroeg is gedaan, waardoor het beroep ontvankelijk zou moeten zijn.
De rechtbank volgt dit niet en verwijst naar een eerdere uitspraak waarin is vastgesteld dat de verlenging van de beslistermijn gegrond is vanwege de situatie als bedoeld in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. Omdat eiser zijn aanvraag op 7 september 2023 heeft ingediend, valt deze onder de verlengde beslistermijn tot 7 december 2024. De ingebrekestelling van 9 april 2024 is dus prematuur. Daarom voldoet het beroep niet aan de voorwaarden van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb en wordt het niet-ontvankelijk verklaard.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier A.C. Kampschuur op 1 juli 2024.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling bij verlengde beslistermijn.