ECLI:NL:RBDHA:2024:10325
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen besluit huishoudelijke hulp en proceskostenvergoeding
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Zoetermeer betreffende toekenning van een maatwerkvoorziening voor hulp bij het huishouden in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het eerste bestreden besluit verlaagde de hulp van 300 naar 240 minuten per week, ondanks verslechtering van de gesteldheid van eiseres. De rechtbank constateerde een zorgvuldigheidsgebrek vanwege onvoldoende motivering van deze verlaging.
Verweerder kreeg de gelegenheid de gebreken te herstellen en nam een nieuw besluit (bestreden besluit 2) waarin het eerdere besluit deels werd ingetrokken en eiseres vanaf 1 mei 2024 weer 300 minuten hulp per week plus 60 minuten extra voor achterstanden werd toegekend. Eiseres stemde hiermee in, waardoor het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk werd verklaard en tegen het tweede besluit geen beroep van rechtswege bestond.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van het door eiseres betaalde griffierecht en de proceskosten, berekend conform het Besluit proceskosten bestuursrecht. De uitspraak bouwt voort op een eerdere tussenuitspraak en bevestigt de zorgvuldigheidseisen bij besluiten op grond van de Wmo.
Uitkomst: Het beroep tegen het eerste bestreden besluit is niet-ontvankelijk verklaard en tegen het tweede bestreden besluit bestaat geen beroep van rechtswege; verweerder is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.