ECLI:NL:RBDHA:2024:1034
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag woningvormingsvergunning voor splitsing woning in Den Haag
Eiser is sinds 1992 eigenaar van een woning in Den Haag die oorspronkelijk uit twee zelfstandige woningen bestond en in 2004 tot één woning is samengevoegd. Eiser verzocht om een vergunning om de woning weer te splitsen, maar verweerder wees dit af op grond van het algemene woningvormingsverbod in de betreffende wijk, bedoeld om negatieve effecten van woningvorming op het woningaanbod en de leefomgeving te voorkomen.
Na bezwaar bleef verweerder bij zijn standpunt, ondanks een advies van de Adviescommissie bezwaarschriften die stelde dat het verbod niet zou moeten gelden voor woningen in het duurdere segment. Verweerder verwees naar een latere uitspraak die het beleid bevestigde vanwege schaarste in alle prijssegmenten, inclusief het duurdere segment. De rechtbank oordeelde dat verweerder dit voldoende had gemotiveerd.
Eiser voerde aan dat hij door splitsing juist in de woonvraag voorziet en dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden, onder meer omdat de woning oorspronkelijk al gesplitst was en vanwege een motie van de gemeenteraad. De rechtbank stelde dat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden had aangetoond die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. De huidige samengevoegde woning biedt volgens de rechtbank meer woonkwaliteit en ruimte dan de gesplitste situatie.
De rechtbank concludeert dat verweerder de vergunning in redelijkheid mocht weigeren en verklaart het beroep ongegrond. Eiser krijgt geen griffierecht of proceskosten vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter M.D. Gunster op 27 december 2023.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag woningvormingsvergunning is ongegrond verklaard.