ECLI:NL:RBDHA:2024:10343
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Proceskostenveroordeling wegens niet-tijdig beslissen op aanvraag verblijfsvergunning asiel
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Tijdens het beroep heeft de verweerder alsnog een besluit genomen. Verzoeker trok het beroep tegen het niet-tijdig beslissen in en vroeg om een proceskostenveroordeling van de verweerder.
De rechtbank oordeelt dat verweerder aan verzoeker tegemoet is gekomen door alsnog een besluit te nemen. Daarom veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten die verzoeker heeft gemaakt. De proceskosten worden vastgesteld op € 437,50, gebaseerd op het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb), omdat verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde en de zaak alleen ging over de overschrijding van de beslistermijn.
Verweerder moet ook het betaalde griffierecht vergoeden. Er worden geen andere kosten vergoed. De rechtbank ziet geen noodzaak voor een zitting en doet een afzonderlijke uitspraak over de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de Staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten van € 437,50 wegens niet tijdig beslissen.