ECLI:NL:RBDHA:2024:10406
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging Wpg-besluiten wegens onvoldoende belangenafweging inzage persoonsgegevens
Eisers hebben bij verweerder een gezamenlijk verzoek ingediend om inzage in de verwerking van hun persoonsgegevens en die van hun zoon. Verweerder heeft deels inzage geweigerd met het oog op bescherming van rechten en vrijheden van derden. Eisers zijn tegen deze besluiten in beroep gegaan en stelden dat de belangenafweging en motivering onvoldoende waren.
De rechtbank heeft vastgesteld dat verweerder in enkele besluiten niet tijdig een toereikende motivering heeft gegeven, waardoor de besluiten gebrekkig zijn. Voor een aantal registraties ontbrak een concrete belangenafweging, waardoor de rechtbank deze besluiten heeft vernietigd. De rechtbank oordeelt echter dat verweerder bij de zitting een voldoende belangenafweging heeft toegelicht, zodat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand blijven.
Daarnaast is niet gebleken van geautomatiseerde besluitvorming of profilering en zijn de overige verzoeken van eisers buiten de beroepsprocedures gevallen. De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht aan eisers, maar wijst verdere proceskostenvergoedingen af omdat eisers niet met beroepsmatige rechtsbijstand hebben geprocedeerd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de Wpg-besluiten wegens onvoldoende motivering, maar laat de rechtsgevolgen in stand en veroordeelt verweerder tot vergoeding van griffierecht.